- Zaaknummer
- KZ/2020/04
- Datum uitspraak
- 18 augustus 2020
- Soort
- Uitspraak
- Dictum
- Deels gegrond
- Maatregel
- Waarschuwing
- Onderwerp
- Onafhankelijkheid en belangenverstrengeling, Pacht en erfpacht, Taxatie en waardering
Na het einde van een erfpacht van ruim twintig hectare landbouwgrond met fruitopstanden moest de vergoeding voor de opstallen en beplantingen worden bepaald. De rentmeester taxeerde die in opdracht van de eigenaar. Klager, de voormalige erfpachter, klaagde over de gehanteerde peildatum, over de verklaring van de rentmeester dat hij niet eerder diensten had verleend, en over het gebruik van juridische begrippen in het rapport.
De Rentmeesterskamer oordeelde dat de rentmeester moet instaan voor de juistheid van wat hij opschrijft. Dat hij zelf meende dat van ongepaste beïnvloeding geen sprake was, rechtvaardigt niet dat het rapport een onjuistheid bevat; het is bovendien niet aan de rentmeester om te beoordelen of eerdere betrokkenheid kwaad kan. De klacht over die verklaring is gegrond verklaard, de overige klachten ongegrond; de rentmeester kreeg de maatregel van waarschuwing.
De volledige uitspraak downloaden PDF, 136 KB
