- Zaaknummer
- KZ/2020/02
- Datum uitspraak
- 4 november 2020
- Soort
- Uitspraak
- Dictum
- Ongegrond
- Onderwerp
- Beheer en exploitatie, Onafhankelijkheid en belangenverstrengeling
Klager en zijn broer voerden sinds 1977 samen een landbouwmaatschap. De rentmeester trad op voor de broer en vroeg in diens opdracht scheiding en deling van de onverdeeldheid aan. Klager verweet hem onder meer dat hij een procedure tegen hem had voorbereid.
De Rentmeesterskamer stelde vast dat de rentmeester klager al in januari 2017 had gemeld dat hij opdracht had scheiding en deling aan te vragen, en dat ook klagers eigen gemachtigde toen al op een juridische procedure rekende. Dat de rentmeester de juridische positie van zijn opdrachtgever in kaart bracht, is niet laakbaar. De klacht is in al haar onderdelen ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak downloaden PDF, 310 KB
